1979 - De gelaarsde kat

Een klassiek sprookje in één bedrijf voor kinderen en alle andere grote mensen, in een bewerking van Lif Verbeeck met muziek en zang.

Sprookjes zijn eeuwenoud. Vader vertelt aan zijn kinderen en die kinderen vertellen het aan hun kinderen. Hoe oud het sprookje "De Gelaarsde Kat" ook is, wij vinden het vandaag nog erg boeiend!

In sprookjes kan je steeds iets nieuws vinden. Je ontdekt steeds dat er in feite niets veranderd is...

Er bestaan nog altijd goede en slechte mensen, geld brengt nog steeds niet het echte geluk, er zijn sterke én er zijn slimme mensen...

Toneel Pinokkelijn bracht hier het sprookje van een molenaarszoon die samen met zijn slimme kat een groot avontuur beleeft. Want zij zullen het tot koning en hofmaarschalk brengen!

De gelaarsde kat

Klik op de affiche
voor meer details


Personages
 
Sonja Leenknecht    DE KAT
André Vloeberghs    JAN, de jongste zoon
Joos Janssens    ANTOON, de oudste zoon
Cit Peeters    CORNELIS, de tweede zoon
Paul Ruys    DE MOLENAAR
Lif Verbeeck    DE HUISHOUDSTER
Rita Blommaert    MARIEKE, de meid
Paul Ruys    DE KONING
Rita Blommaert    DE PRINSES
Joos Janssens    GRAAF DE SORCIER DE RIESENTAL
Lif Verbeeck    KATRIJN
Elke Jordan    GRIET
Herman Nijs    FRANS
Cit Peeters    KLAAS
Herman Jacobs    EEN MUZIKANT
Francis Theuns    EEN LAKEI
Lif Verbeeck    DIENSTMEISJE
Elke Jordan    DIENSTMEISJE
Herman Nijs    BOERENKNECHT
Cit Peeters    BOERENKNECHT
Hilde Noppe    MUZIKANT, gitaar
Herman Jacobs    MUZIKANT, fluit
Greet Jacobs    MUZIKANT, fluit
Lif Verbeeck    MUZIKANT, viool

Medewerkers
 
Regie     Lif Verbeeck
Voorzegger     Elke Jordan
Affiche     Marc Baetens
Kostuums en grime     Het vrouwvolk
Decor     Het manvolk
Affiche     Marc Baetens
Bewerking     Lif Verbeeck

Voorstellingen

Eerste opvoering: 19 mei 1979

In totaal 35 opvoeringen


Sprookjes

Een sprookje is een gefantaseerd volksverhaal waarin het goede uiteindelijk beloond wordt en het kwade gestraft. "De Gelaarsde Kat" is één van de sprookjes verzameld door de Fransman Ch. Perrault in zijn "Sprookjes van Moeder de Gans" (1697).

In de inleiding van het gekende boek "Sprookjes van Grimm voor Kind en Gezin" (1974) staat geschreven dat "de diepe wijsheid en de liefde die in sprookjes geborgen liggen karaktervormend op het kind inwerken".

Het lied van de huishoudster

(muziek L. Verbeeck)

Hei molen draai uwe wieken in't rond

verdien ons wat centen

voor brood met korenten

de boter die kost al drie stuivers per pond



vijf centen voor stopwol

twee voor een pond kaas

tien stuivers die zijn voor de dokter helaas

al zal het niet baten

de baas gaat toch dood

wind blaas de wieken, gij wind blaas de wieken

verdien ons wat brood



tien voor medicijnen

drie voor een fles stroop

molenaar zorg dat de molen kan draaien

de wind weer gaat waaien

ga nog niet dood



uw zonen zijn harder en strenger als gij

geven geen centen voor brood met korenten

en boter erbij

Rouwstoet

(Engelse melodie 16de eeuw)

de goeie baas is doodgegaan

zijn kaarske voorgoed uitgegaan

de goeie tijd is nu voorbij

voor ons komt nu de slavernij



de nieuwe baas is streng en hard

de geldzucht heeft zijn geest verstard

en werken, zwoegen, moeten wij

wij beven voor zijn razernij



geen lach en zang meer in de schuur

geen danske meer op 't late uur

met geen lief meideke meer in 't hooi

het wordt een trieste schrale zooi



de goeie baas is doodgegaan

de eeuwigheid breekt voor hem aan

naar 't graf op 't kerkhof naast zijn vrouw

brengen we hem met spijt en rouw

Slotlied

(muziek L.Verbeeck - François Le Cocq)

Esmeralda, lieve prinses

eerst moet nog komen de zedenles:

onze vriend Jan, wilt ge hem verschonen

hij zal u straks zijn talent wel tonen.



Laat hem maar praten wij vieren feest,

de prinses gaat trouwen,

't zal haar niet berouwen

want die schone jongen, eerst zo bedeesd,

heeft haar snel veroverd, onbevreesd.



De moraal is duidelijk en klaar:

't gezond verstand wilt ge 't bewaren,

bescherm het met een hoed van goede makelei

en zie niet op een frank geloof me vrij.



Laat hem maar praten zij vieren feest,

de prinses gaat trouwen,

't zal haar niet berouwen

want die schone jongen, eerst zo bedeesd,

heeft haar snel veroverd, onbevreesd.



Houd de pootjes snel bij alle weer

in sterke laarzen van varkensleer

houd ze soepel, zet ze goed in't vet

zo heeft deze kat zijn vel gered.



Een kanten sluier voor de lieve bruid,

een bruidegom zo schone

het lijkt of we dromen

en dan komt het varken met de lange snuit

en hiermee is ons verhaaltje uit.